De meest belangrijke bedreiging van de overblijfselen zijn de erosie, bouwactiviteiten, illegale opgravingen door verzamelaars en het natuurlijke proces van corrosie en verrotting. Het is daarom noodzakelijk om voor conservatie vatbare resten in kaart te brengen en te beschermen. Hopelijk zal de eventuele combinatie van onderzoek met een constante aangepaste database zorgen voor publieke voorzichtigheid en steun voor archeologische bescherming. Met de mogelijke toekomstige technische evolutie kan het huidige onderzoek in al haar facetten bijdragen tot een beslissende richting in de aanpak van een specifiek terrein of omstandigheden. Misschien wordt het zelfs mogelijk een 3D-model te maken van bepaalde delen van de loopgraven, gebaseerd op luchtfoto's.

Iedereen, samen met de vele vrijwilligers (archeologiestudenten en andere) waren belangrijk bij het welslagen van het project. Het ter beschikking stellen van bepaalde archiefstukken en het identificeren van een aantal voorwerpen door binnen -en buitenlandse specialisten betekenden voor het V.I.O.E.-team een ongelofelijke hulp .

Op 10 november 2003 werd een speciale Wereldoorlog I-archeologie cel officieel voorgesteld aan de pers en het publiek in de Ieperse lakenhalle. Dat is nu de A.W.A. geworden.

In februari 2004 werd een nieuw C.A.I. (Centrale Archeologische Inventaris)-project opgestart met het maken van een inventaris van alle Wereldoorlog I-resten in West-Vlaanderen, vooral op basis van luchtfoto's. De uitbreiding van het industrieterrein van Ieper is ook nog een belangrijke uitdaging. Elke dag zijn er weer enkele nieuwe sites bedreigd. Kortom, er is nog veel te doen!