De stoffelijke overschotten van een soldaat worden opgegraven (links). De schedel van één van de soldaten tijdens het anthropologisch onderzoek (rechts).

Ook de blauw geëmailleerde waterflessen, knopen en scheermessen behoren tot de standaard uitrusting van de loopgravensoldaat. Om het rijtje volledig te maken werden ook een heft van een scheerborstel, fragmenten van tandenborstels en een aantal loopgravenschopjes gevonden. Wat de wapenuitrusting betreft: er werden drie fragmenten van het standaard Lee-Enfield geweer aangetroffen; de standaard 0.303 inch patronen kwamen her en der verspreid over de site voor (er werden zelfs twee volle kisten van dit patroon aangetroffen in een dump). Voor het onderhoud van het standaard geweer waren kleine oliecontainers in koper voorzien; deze werden ookteruggevonden, een exemplaar bevatte zelfs nog olie. Verder leverde het onderzoek nog vier volledige schoppen op die in de loopgraven lagen, alsook veel resten van aniline potloden. Een andere interessante vondst was een kleine glazen ampulle; die bevatte jodium dat in die tijd gebruikt werd om wonden te ontsmetten. Totaal verschillend van de standaarduitrusting was de intacte Franse “Vermorel” rugsproeier die tijdens het onderzoek werd geborgen. Deze systemen werden vanaf het einde van de 19de eeuw voor het bestrijden van onkruid gebruikt. Tijdens de Eerste Wereldoorlog gebruikten de Britse troepen deze rugsproeier om het chloorgas van de Duitse vijand te neutraliseren: het giftige gas werd door middel van een chemisch product opgelost.