Een deel van de standaarduitrusting: een lepel met een stamnummer van een soldaat (links).
Een verzameling flessen die aangetroffen werd (rechts).

Er werden heel wat archeologische vondsten gedaan; meestal betreft het onderdelen van de standaarduitrusting: uniformknopen, koperen gespen, stukken leder van de "webbing". Er werden resten van twee kepies geborgen: waarvan één exemplaar nog resten vertoonde van het kenteken. In de loopgraven werden vier regimentsinsignes aangetroffen: een van The Buff’s (East Kent Regiment), een tweede van de Royal King’s Rifle Corps, het derde behoorde toe aan de Royal Horse Artillery Brigade en het vierde aan de Dorsetshire Regiment. Verder werden verschillende geelkoperen standaardlepels uit verschillende productiecentra gevonden. Een bepaald fragment van deze lepels bevatte nog een persoonlijk nummer van een soldaat. In het In Flanders Fields Museum probeerden ze informatie over deze persoon terug te vinden. Omdat deze persoon niet vermeld wordt in de lijst van slachtoffers kunnen we aannemen dat deze persoon de oorlog overleefde. Vermeldenswaardig zijn ook de ooglenzen in mica; deze zijn resten van het allereerste type gasmasker dat in de loopgraven werd gebruikt. De Hypo-gasmaskers werden gebruikt vanaf juli 1915. Er zijn ook andere ronde oogglazen aangetroffen die afkomstig zijn van de latere P- en Ph-gasmaskers.