De Loopgravenkaart gaf één te verwachten loopgraaf aan. Er kwam nog een tweede te voorschijn.

Het te onderzoeken terrein lag noordelijk van het kerkhof, dichter naar de Broenbeek toe. Afgaande op de luchtfoto’s zou zeker een communicatieloopgraaf aangesneden worden. Vroegere ervaring, maar dan vooral met Britse linies, had evenwel aangegeven dat tal van andere vondsten mogelijk waren. Dit bleek echter niet het geval. Er werd weliswaar een tweede communicatieloopgraaf gelocaliseerd, parallel aan het verwachte exemplaar en 20m westelijker.

Beide loopgraven refereren zowel door hun aanleg als door de vondsten naar het begin van de oorlog. Het zijn ondiepe greppels, typisch voor de beginfase van de oorlog. Enkel een op de bodem neergelegde staldeur verhoogde op één plaats de bruikbaarheid. Twee Duitse kogelhulzen uit 19612 en een Britse uit 1914 bevestigen dit vroege beeld.