In een nabij gelegen proefsleuf werd een deel van een tweede loopgraaf aangetroffen. Deze loopgraaf die een NNW-ZZO oriëntatie heeft, werd in de breedte door de proefsleuf gesneden (fig. 3). De coupe leert ons dat deze loopgraaf trogvormig in doorsnede was, met een bodembreedte van 60 cm en een minimale hoogte van ca. 1 m. In de buurt van deze loopgraaf werd de kop van een obus aangetroffen (fig. 4). Op luchtfoto’s uit WOI is te zien dat er in de zone aan het kruispunt van de Kortewaagstraat met de Bruggestraat en in de zone ten noorden van de Kortewaagstraat talrijke loopgraven en prikkeldraadversperringen waren ingeplant (fig. 5). Deze loopgraven maakten vermoedelijk deel uit van de achterste linie van het front. Naast deze twee loopgraven werden, verspreid over het gehele opgravingsareaal, een vijftiental bommenkraters, eveneens uit WOI, aangetroffen. Op de bodem van één van deze bommenkraters werd de kop van een obus aangetroffen. Tijdens het veldwerk werd tenslotte ook nog een ‘spoortrekker’ aangetroffen.

Wouter Dhaeze & Arne Verbrugge
Met dank aan Franky Wyffels en Birger Stichelbaut voor de geleverde informatie.