Een foto genomen tijdens de bevrijding van Tielt in september 1944 (archief Roede van Tielt), toont duidelijk dat het gaat om een schuilplaats met twee bovengrondse betonnen toegangsconstructies. Eén van deze oorspronkelijke toegangen, net buiten de proefsleuf gelegen, werd bijkomend opgegraven - de andere bevindt zich nog steeds onder de straat. In tegenstelling tot wat men misschien zou verwachten, leiden de twee toegangen hier niet naar een centrale schuilkelder. Bij het onderzoek van de betonnen bovenplaat was immers al vlug duidelijk dat we niet te maken hadden met een rechthoekige, maar wel met een zigzagvormige constructie. Onze vaststellingen werden bevestigd door enkele foto’s uit 1942 die ons ter beschikking gesteld werden door Wim Martens. Op deze foto’s is namelijk te zien hoe men een zigzagvormige gang bouwt in gewapend beton, waarin mensen volledig rechtop konden staan. De gang (1,40 m breed en 1,80 m hoog) is bijna 20 meter lang: het grootste deel daarvan bevindt zich buiten de proefsleuf. Met behulp van de topograaf van het Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed werd het verloop van de schuilplaats op de straat gevisualiseerd.

Uit een eerste archiefonderzoek blijkt dat de schuilplaats gebouwd werd door de Tieltse aannemer Edgard Lievens (1901-1997) in opdracht van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Volksgezondheid (Dienst Passieve Luchtverdediging). De werken werden gestart in juni 1942 en waren beëindigd in oktober 1942. Met de bouw van deze schuilplaats was aannemer Lievens niet aan zijn proefstuk toe. Eind 1941 was hij al verantwoordelijk voor de bouw van een schuilplaats op het Stationsplein en op het Rameplein. Een derde werd in mei 1942 gebouwd op de koer van de oude Gemeenteschool, vroeger gesitueerd op de Lakenmarkt.

(Janiek De Gryse)