De DOVO (Dienst voor Opruiming en Vernietiging van Ontploffingstuigen - een speciale eenheid binnen de Belgische landmacht) geeft de archeologen uitleg over de gevaren van de munitie (links). Enkele granaten die opgegraven werden (rechts).

De belangrijkste structuren die tijdens de opgravingen werden aangetroffen waren de resten van loopgraven en sporen van bomkraters. De kraters varieerden in omvang. In enkele gevallen was het mogelijk te achterhalen welke soort munitie werd gebruikt om de explosies te veroorzaken. De richting van waaruit de obus was afgevuurd, kon worden afgeleid uit een gedetailleerd onderzoek van de vorm van de krater. De andere archeologische structuren waren soms zeer ernstig verstoord door de intensiteit van de bschietingen. In een van de onderzoekssleuven kon slechts een fragment van een A-frame worden opgetekend. (Een A-frame was een houten constructie, in de vorm van een omgekeerde A, dat in de loopgraven werd aangebracht om de loopplanken waarop de soldaten zich verplaatsten boven de modder op te houden.)