De eerste top-break revolvers werden ontwikkeld rond 1870 door Webley & Son Ltd. (sinds 1897 Webley & Scott Co.). De Webley, .455, Mk I werd officieel in gebruik genomen door het Britse leger in 1887. Deze revolver bevatte .455 patronen met zwart kruit, officieel “cartridge .455 revolver, Mk I” genoemd. Later werden rookloze versies van deze patronen ontwikkeld. De Mark VI werd officieel in gebruik genomen in 1915 en tot 1921 gefabriceerd door Webley & Scott Co.

Het gewicht van de ongeladen revolver bedroeg 1100g; de lengte 286mm. De Mark VI werd gekenmerkt door een 6inch (152mm) loop met zeven groeven. De ronde cilinder was voorzien van zes patronen (.455 British Service). De mondingsnelheid was relatief laag (190m/s); het effectieve bereik 35m.
De Mark VI was een double-action revolver: de haan van de revolver werd mechanisch gespannen door de trekker over te halen. De haan kon echter ook vooraf met de hand gespannen worden, zoals bij single-action revolvers. Het gebruik in single-action was het meest accuraat: in double-action had het trekkersmechanisme een vrij grote weerstand, wat de nauwkeurigheid sterk beïnvloedde.
Het laden van de revolver was eenvoudig. Door middel van de duim werd een kleine haan ter hoogte van de achterkant van de trommel ingeduwd, waardoor de loop én de trommel nu voorwaarts konden gekanteld worden. De zes patronen konden nu in de trommel ingebracht worden. Bij het terug afsluiten van loop en de trommel zorgde een veer ervoor dat de patronen automatisch in de kamer werden gebracht.

De Webley, .455, Mk. VI werd aan het begin van de oorlog bijna uitsluitend gebruikt door officiers. Later werd het gebruik veralgemeend en kwam het wapen ook voor bij machine-gun secties, piloten, tank crews…

(JDG / Bron: Bin Roy, British Soldiers' Weapons Of The First World War. Part 8 - The .455" Service Revolver)